Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) leefde in 2024 ruim 3 procent van de Nederlandse bevolking in armoede.
Dat betekent volgens de nieuwe definitie van armoede dat mensen na het betalen van hun belangrijkste vaste lasten, zoals wonen, energie en zorg, onvoldoende geld overhouden voor andere minimale levensbehoeften.
Meer dan een half miljoen mensen
De armoede in Nederland daalde de afgelopen jaren.
In 2024 kwam daar een einde aan.
Volgens het CBS leefden ruim een half miljoen mensen in armoede. Meer dan 130.000 mensen verkeerden zelfs al minimaal drie jaar achter elkaar in deze situatie.
Een belangrijke oorzaak voor de stijging was volgens het CBS het wegvallen van de energietoeslag. Die tijdelijke ondersteuning zorgde er in eerdere jaren mede voor dat minder huishoudens onder de armoedegrens terechtkwamen.
Opvallend: bijna de helft heeft inkomen uit werk
Misschien wel het meest opvallende cijfer uit het onderzoek gaat over werk.
Van de mensen die in armoede leefden, had 48 procent inkomen uit werk. 29 procent ontving een bijstandsuitkering.
Dat vraagt om een andere kijk op financiële problemen.
Iemand kan iedere dag naar zijn werk gaan, iedere maand salaris ontvangen en toch moeite hebben om rond te komen.
Volgens het CBS gaat het bij werkenden in armoede onder andere om zelfstandigen die een financieel moeilijk jaar hebben gehad en medewerkers die zo weinig uren werken dat hun inkomen onvoldoende is om boven de armoedegrens uit te komen.
Een salaris vertelt niet het hele verhaal
Ook buiten de officiële armoedecijfers geldt dat de hoogte van een salaris maar een deel van het financiële verhaal vertelt.
Twee collega's met hetzelfde salaris kunnen financieel totaal verschillend ervoor staan.
De één woont samen met een partner die ook werkt en heeft relatief lage woonlasten.
De ander is alleenstaand, heeft kinderen, een hoge huur en misschien schulden of andere financiële verplichtingen.
Op de loonstrook zie je dat verschil nauwelijks.
Op de bankrekening aan het einde van de maand wel.
Financiële problemen ontstaan vaak geleidelijk
Armoede ontstaat bovendien niet altijd van de ene op de andere dag.
Vaak zijn er eerst kleinere signalen.
Er blijft steeds minder geld over. Sparen lukt niet meer. De financiële buffer wordt aangesproken. Een onverwachte rekening zorgt direct voor problemen.
Daarna worden misschien betalingen uitgesteld, wordt rood staan normaal of wordt achteraf betalen gebruikt om de periode tot het volgende salaris te overbruggen.
Pas veel later kunnen betalingsachterstanden en schulden ontstaan.
Juist in die periode daarvoor liggen mogelijkheden voor preventie.
Kijk naar je financiële ruimte
Daarom is het verstandig om niet alleen te kijken naar je inkomen.
Een betere vraag is:
Hoeveel financiële ruimte houd ik iedere maand daadwerkelijk over?
Breng daarvoor je inkomsten en vaste lasten in kaart.
Kijk vervolgens naar je gemiddelde uitgaven aan boodschappen, vervoer, kleding, abonnementen en andere dagelijkse kosten.
En kijk wat daarna overblijft.
Kun je nog sparen?
Kun je een onverwachte rekening betalen?
Heb je een financiële buffer?
En maak je gebruik van toeslagen, gemeentelijke regelingen en andere voorzieningen waarop je mogelijk recht hebt?
Die vragen zeggen vaak meer over je financiële gezondheid dan alleen je salaris.
Werk hebben beschermt dus niet altijd tegen financiële zorgen
Dat bijna de helft van de mensen in armoede inkomen uit werk heeft, is ook voor werkgevers een belangrijk signaal.
Financiële problemen zijn niet altijd zichtbaar.
Een medewerker komt gewoon naar het werk, ontvangt salaris en functioneert misschien lange tijd normaal.
Tegelijkertijd kan diezelfde medewerker thuis voortdurend bezig zijn met vragen als:
Kan ik deze rekening nog betalen?
Hoe kom ik tot het einde van de maand?
Wat doe ik als de wasmachine kapotgaat?
Welke rekening betaal ik eerst?
Dat vraagt veel mentale energie.
Geldzorgen gaan mee naar het werk
Financiële zorgen stoppen niet wanneer iemand 's ochtends de deur van zijn huis achter zich dichttrekt.
Zorgen over geld kunnen invloed hebben op slaap, concentratie en welzijn.
Het CBS ziet bovendien een duidelijke samenhang tussen armoede en gezondheid. Bijna vier op de tien mensen die in armoede leven, beoordelen hun eigen gezondheid als niet goed. Mensen met weinig geld hebben daarnaast vaker een langdurige beperking.
Dat betekent niet dat financiële problemen automatisch leiden tot gezondheidsproblemen of verzuim.
Wel laat het zien dat financiële en persoonlijke gezondheid nauw met elkaar verbonden kunnen zijn.
Wat kan een werkgever doen?
Een werkgever kan de financiële situatie van een medewerker natuurlijk niet overnemen.
En dat hoeft ook niet.
De eerste stap is erkennen dat financiële zorgen óók kunnen voorkomen bij mensen die werken.
Vervolgens kun je ervoor zorgen dat medewerkers toegang hebben tot betrouwbare informatie en laagdrempelige ondersteuning.
Bijvoorbeeld bij vragen over inkomsten en uitgaven, toeslagen en regelingen, betalingsachterstanden, schulden of loonbeslag.
Maar ook veel eerder: wanneer iemand simpelweg merkt dat er iedere maand minder geld overblijft.
Juist daar begint preventie.
Wacht niet op loonbeslag
Voor werkgevers wordt financiële problematiek soms pas zichtbaar wanneer er loonbeslag binnenkomt.
Maar dan is er meestal al veel gebeurd.
Daarom is het veel krachtiger om financiële ondersteuning beschikbaar te maken voordat problemen zo groot worden.
Niet alleen voor medewerkers met schulden, maar juist voor alle medewerkers die grip willen krijgen én houden op hun financiële situatie.
Financiële gezondheid is onderdeel van goed werkgeverschap
De cijfers van het CBS laten zien dat werk en financiële zekerheid niet automatisch hetzelfde zijn.
Dat vraagt om een bredere kijk op financiële gezondheid.
Niet:
Heeft deze medewerker een salaris?
Maar:
Heeft deze medewerker voldoende financiële ruimte om rond te komen en financiële tegenvallers op te vangen?
Bij buFFFer helpen we medewerkers om inzicht te krijgen in hun financiële situatie en grip te krijgen én te houden op hun geld.
Van praktische informatie en inzicht in regelingen tot persoonlijke ondersteuning wanneer dat nodig is.
Preventief waar het kan en persoonlijk waar het nodig is.
Want financiële problemen voorkomen begint niet bij schulden.
Het begint bij het herkennen dat iemand financieel steeds minder ruimte krijgt.