Voor veel mensen betekent dit opnieuw hogere dagelijkse kosten. Tanken wordt duurder, energieprijzen kunnen stijgen en hogere transportkosten werken uiteindelijk ook door in de prijzen van producten en diensten.
Voor huishoudens die al weinig financiële ruimte hebben, kan dat snel voelbaar worden.
Van hogere energieprijzen naar duurdere boodschappen
De gevolgen beginnen bij olie en gas, maar blijven daar niet.
Wanneer brandstof duurder wordt, stijgen bijvoorbeeld ook de transportkosten voor bedrijven. Een supermarkt, producent of vervoerder krijgt daardoor met hogere kosten te maken. Een deel daarvan wordt uiteindelijk verwerkt in de prijs die consumenten betalen.
Volgens het CPB kan de inflatie daardoor verder oplopen.
Hoe groot het effect uiteindelijk wordt, hangt sterk af van de ontwikkeling van het conflict en de energieprijzen. Maar één ding is duidelijk: wanneer prijzen harder stijgen dan inkomens, neemt de financiële ruimte van huishoudens af.
Koopkrachtverbetering kan verdwijnen
Voor het uitbreken van het conflict verwachtte het CPB dat huishoudens er in 2026 gemiddeld 1,4 procent in koopkracht op vooruit zouden gaan.
Die verwachting is inmiddels aanzienlijk naar beneden bijgesteld.
Wanneer de energieprijzen zich volgens de huidige marktverwachtingen ontwikkelen, blijft er gemiddeld geen koopkrachtstijging meer over. Bij een nieuwe, tijdelijke piek in energieprijzen kan de koopkracht volgens de berekeningen met ongeveer 1,2 procent dalen. Blijven energieprijzen langer hoog, dan kan die daling oplopen tot ongeveer 1,4 procent.
Dat zijn gemiddelden. De gevolgen kunnen per huishouden sterk verschillen.
Vooral weinig financiële ruimte maakt kwetsbaar
Niet ieder huishouden wordt namelijk op dezelfde manier geraakt.
Wie voldoende inkomen en spaargeld heeft, kan hogere kosten meestal gemakkelijker opvangen. Voor iemand die iedere maand vrijwel het volledige inkomen nodig heeft voor vaste lasten en dagelijkse uitgaven, ligt dat anders.
Vooral hogere brandstofprijzen kunnen grote verschillen veroorzaken.
Het CPB keek onder andere naar huishoudens met een inkomen rond de armoedegrens. Een deel van deze huishoudens heeft een auto en kan door hogere brandstofprijzen honderden euro's per jaar extra kwijt zijn. Voor mensen die veel kilometers moeten rijden, kan dit in ongunstige scenario's zelfs oplopen tot meer dan €1.000 per jaar.
Bijvoorbeeld omdat iemand voor zijn werk afhankelijk is van de auto en geen goed alternatief heeft.
Wat kun je zelf doen als je uitgaven stijgen?
Op ontwikkelingen in de wereld heb je zelf weinig invloed. Op de manier waarop je met de financiële gevolgen omgaat vaak wel.
Juist wanneer prijzen stijgen, is het verstandig om opnieuw naar je inkomsten en uitgaven te kijken.
Begin bijvoorbeeld met je vaste lasten. Wat betaal je iedere maand aan wonen, energie, verzekeringen, abonnementen en vervoer? Kijk vervolgens hoeveel je gemiddeld uitgeeft aan boodschappen en andere dagelijkse kosten.
Daarna kun je bepalen hoeveel financiële ruimte er daadwerkelijk overblijft.
Kijk ook of je gebruikmaakt van toeslagen, regelingen en voorzieningen waarop je recht hebt. En probeer, wanneer dat mogelijk is, een financiële buffer aan te houden voor onverwachte uitgaven.
Wacht niet totdat hogere kosten betalingsproblemen worden
Een periode van stijgende prijzen leidt niet automatisch tot financiële problemen.
Maar wanneer er iedere maand minder geld overblijft, kan de situatie langzaam veranderen.
Eerst lukt sparen niet meer. Vervolgens wordt de financiële buffer kleiner. Daarna wordt misschien een rekening doorgeschoven. Zo kunnen financiële zorgen geleidelijk ontstaan.
Het belangrijkste is daarom om niet te lang te wachten wanneer je merkt dat inkomsten en uitgaven niet meer goed op elkaar aansluiten.
Hulp vragen hoeft niet pas wanneer er schulden zijn.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Ook voor werkgevers is dit een relevante ontwikkeling.
Hogere energieprijzen, duurdere boodschappen en stijgende vervoerskosten kunnen financiële druk bij medewerkers veroorzaken. Zeker voor medewerkers die veel kilometers naar hun werk rijden of al weinig financiële ruimte hebben.
Financiële zorgen kunnen vervolgens invloed hebben op het welzijn en functioneren van medewerkers.
Een werkgever hoeft die financiële gevolgen niet te compenseren of de persoonlijke financiën van medewerkers op te lossen. Wel kan een werkgever ervoor zorgen dat medewerkers weten waar zij terechtkunnen wanneer zij vragen of zorgen hebben.
Dat maakt financiële ondersteuning onderdeel van preventief werkgeverschap.
Financiële weerbaarheid wordt steeds belangrijker
De afgelopen jaren hebben laten zien hoe snel omstandigheden kunnen veranderen. Energieprijzen, inflatie, rente en geopolitieke ontwikkelingen kunnen allemaal invloed hebben op onze portemonnee.
Niet iedere financiële tegenvaller is te voorkomen.
Je kunt je er wél beter op voorbereiden.
Door regelmatig naar je financiële situatie te kijken, een buffer op te bouwen waar dat mogelijk is en tijdig hulp te zoeken wanneer je financiële ruimte kleiner wordt.
Bij buFFFer helpen we medewerkers om grip te krijgen én te houden op hun financiën. Van inzicht in inkomsten en uitgaven en vragen over regelingen tot persoonlijk contact met een financieel coach.
Preventief waar het kan en persoonlijk waar het nodig is.
Want financiële rust begint met weten waar je staat.